ss Westertoren is als ss Kabyla op stapel gezet en valt dus onder de K-tankers

 

Algemene gegevens van deze tanker.

 

Tonnage : 12.200 brt. Draagvermogen : 18.170 ton

L X B X D : 168,38 X 21,16 X 9,35 mt.

Motor : Pametrada 7.500 pk. Snelheid : 14,5 knopen

Brandstofverbruik : 50 ton per dag Bunker : 1.650 ton

Laadtanks : 3 X 11 tanks Inhoud : 25.220 M3

Laad/lospompen : 4 Capaciteit per pomp : 500 ton per uur

Laadgerei : voorschip boom van 5-ton Functie : laden van drums

: dek 4 bomen van 5-ton Functie : laadslangen

Accommodatie : voor 55 man

Bemanning K-tanker : vanaf 1954 vanaf 1967*

officieren : 14 : 13

dekbemanning : 14 : 9

machinekamerpers. : 9 : 7

civiele dienst : 10 : 6

Totaal : 47 man : 35 man

 

De veiligheidsvoorschriften schreven nieuwe waterdichte-deuren voor in de midscheeps.

Hierdoor mochten de schepen 25 cm. dieper worden afgeladen en het draagvermogen werd verhoogd naar 19.000 ton.

Met deze nieuwe voorschriften kon de bemanning met 12 man gereduceerd worden wat een aanzienlijke besparing betekende.

De hoge brandstofkosten bij een verbruik van 50 ton per dag werden gedeeltelijk gecompenseerd.

 

Indeling van een General Purpose Tanker

 

De voorpiek was ingericht voor waterballast, daarboven bevonden zich bergplaatsen en de kettingbak.

Een grote voor-dieptank ingericht voor berging van brandstof met een eigen pompkamer,daarboven een

laadruimte voor verpakte (b.v. drums) lading. Stalen luik voor waterdichte afsluiting.

Voor coffer-dam.

De ruimte voor vloeibare lading was door twee langsschotten (over de gehele lengte van het

schip en tien dwarsschotten in 33 ladingtanks onderverdeeld.

 

Pompkamer en achter coffer-dam.

Oliebunkers met bezinktanks, z.g. zijbunkers.

Machinekamer met ketelruim. Onder de gehele machinekamer bevond zich een dubbele bodem.

Achterpiek en drinkwatertanks, daarboven de ruimte voor de stuurmachine.

De tanker had een doorlopend hoofddek waarboven zich de bak, het midscheeps, dekhuis en de achteropbouw bevonden.

 

In de midscheeps onder het stuurhuis was de kaartenkamer, de radiohut en het verblijf van de gezagvoerder.

Daaronder de hutten van stuurlieden, telegrafist en de hofmeesters.

Tevens was er een ruimte ingericht als hospitaal, een kantoor en de gyrokamer.

In de achterbouw waren op het hoofddek de een-persoonshutten voor de bemanning.

Daarboven op het campagne en sloependek de hutten voor de werktuigkundigen. De rooksalon, eetsalons, kombuizen, wasserij en

een buitenzwembad(je) waren hier eveneens gelegen.